In Barneveld in Gelderland groeit de onrust over de wolf, en dat sentiment leeft volgens de provincie breder in de regio. Gedeputeerde Harold Zoet zegt dat hij zich ernstig zorgen maakt over de manier waarop het wolvenbeleid in Nederland nu uitpakt. Zonder actief beheer, waarschuwt hij, verdwijnt de wolf niet vanzelf. Zoet stelt dat ingrijpen nodig is om te voorkomen dat het ooit misgaat met een dodelijk ongeval.
‘Zonder beheer gaat het dier niet weg’
De aanleiding voor de uitspraken is de toenemende angst onder inwoners en veehouders in en rond Barneveld. In het gesprek met De Stentor zegt Zoet dat de huidige aanpak volgens hem tekortschiet en dat er realistischer naar de gevolgen van de terugkeer van de wolf moet worden gekeken. Daarbij benadrukt hij dat de wolf zich vestigt en uitbreidt, en dat wachten volgens hem geen oplossing is.
Zoet kiest duidelijke woorden: ‘We moeten gaan schieten, anders is het wachten op een dodelijk ongeval.’ Met die uitspraak legt hij de nadruk op veiligheid, maar hij raakt daarmee ook een gevoelig debat. Voorstanders van de wolf wijzen vaak op de beschermde status van het dier en het belang van natuurherstel. Tegenstanders en bezorgde bewoners ervaren vooral de onzekerheid in het dagelijks leven, zeker als meldingen van wolven in de buurt toenemen.
Politiek en samenleving zoeken naar grenzen
De discussie over de wolf is al langer scherp in Gelderland, waar meerdere gebieden geschikt zijn voor roedels en waar de afstand tussen natuur en woonkernen soms klein is. Zoets vergelijking met een groot maatschappelijk dossier onderstreept dat hij het probleem ziet groeien als er geen duidelijke keuzes worden gemaakt. Tegelijk is het onderwerp juridisch en ecologisch complex, omdat ingrijpen bij wolven in Nederland aan strikte regels gebonden is.
Wat er nu vooral gebeurt, is dat de druk op bestuurders toeneemt om met een concreet plan te komen. Zoet zet met zijn waarschuwing het gesprek op scherp: hoeveel ruimte is er voor de wolf, en welke maatregelen horen daarbij om schade en angst te beperken?
Bron(nen): De Stentor
